Dorhout Advocaten, Groningen | T 050-520 6 520 | F 050-520 6 599 | info@dorhout.nl
Testvisual

Huurcommissie bevoegd ondanks Warmtewet

Een huurder die een woning huurt van de stichting Intermaris (hierna: Intermaris) heeft zich gewend tot de huurcommissie met het verzoek om de servicekosten 2014 te beoordelen. Bij uitspraak d.d. 25 april 2016 heeft de huurcommissie hierover beslist. Intermaris is het niet eens met deze beslissing en is vervolgens naar de kantonrechter gestapt.

 

De eerste vraag die in geschil is, is of de huurcommissie nog bevoegd is nu de Warmtewet in 2014 is ingevoerd. Volgens de kantonrechter dient deze vraag bevestigend te worden beantwoord. In de Warmtewet zijn geen bepalingen opgenomen, waaruit volgt dat de huurcommissie niet bevoegd is. Voorts blijkt uit de Memorie van Toelichting dat het doel van de Warmtewet is om te beschermen tegen te hoge tarieven.

 

De tweede vraag is of de huurcommissie de Warmtewet ook correct heeft toegepast. Volgens Intermaris dienen de vaste kosten in verband met de warmtelevering, zoals afschrijving en onderhoud van de installaties, doorberekend te worden aan de huurders bovenop de door te belasten kosten. De kantonrechter is echter van oordeel dat deze vaste kosten reeds zijn inbegrepen in de door te belasten kosten. Volgens de kantonrechter “volgt uit de Warmtewet niet dat de doorberekening van de vaste lasten, zoals Intermaris die voor ogen heeft de juiste is”. “Intermaris heeft zich in dit verband ook niet beroepen op de Warmtewet, maar op de Handreiking Warmtewet voor corporaties.” Nog los van het feit dat deze handreiking niet door Intermaris in de procedure is overgelegd en deze de huurder niet bindt, doet dit standpunt geen afbreuk aan de door de huurcommissie beoordeelde redelijkheid van de doorberekende kosten.

 

Daarnaast volgt uit artikel 2 van de Warmtewet dat een leverancier zorg draagt voor levering van warmte tegen redelijke voorwaarden. Uit de Memorie van Toelichting bij de Warmtewet volgt dat het begrip “redelijkerwijs aan de warmtelevering toe te rekenen aantoonbare kosten” restrictief dient te worden uitgelegd. Verder is in de Memorie van Toelichting opgenomen dat de maximumprijs niet kan worden doorberekend als de redelijke prijs lager zou zijn. Aangezien Intermaris geen andere argumenten tegen de methode van berekenen heeft aangevoerd kan wat zij stelt volgens de kantonrechter niet leiden tot het oordeel dat deze methode van berekening of de uitkomst daarvan onredelijk is. De kantonrechter wijst de vordering van Intermaris af.

 

Lees verder de uitspraak van de Rechtbank Noord-Holland, sectie kanton, van 11 januari 2017, ECLI:NL:RBNHO:2017:202.


Mocht u vragen hebben over bijvoorbeeld de Warmtewet, neem dan gerust contact op met Simone Pipping of Hans Koenders.