Vanaf 2006 hebben de banken veel bedrijven geadviseerd om een renteswap bij hun lening af te sluiten. De renteswap zou beschermen tegen renteverhogingen. Doorgaans werd niet gesproken over de risico’s. Na de daling van de EURIBOR-rente in 2009 verkeren veel ondernemers in financiële problemen door de renteswap. Dit roept de vraag op of u de bank hiervoor aansprakelijk kunt stellen?
Renteswap
Een renteswap is een rentederivaat waarbij de klant de variabele rente op zijn lening in feite inruilt tegen een vaste rente met de bank. De bank betaalt de variabele rente aan de klant, die op zijn beurt de vaste rente aan de bank betaalt. Met deze vorm van financiering werd beoogd het risico af te dekken van een stijging van de variabele rente. Dit voordeel is voor de klant echter alleen gunstig zolang de variabele rente hoger ligt dan de afgesproken vaste rente. Indien de variabele rente namelijk daalt, zoals zich sinds 2009 voordoet, betaalt de klant immers meer dan hij zou hebben betaald zonder de renteswap. De renteswap ontwikkelt daardoor een grote negatieve waarde voor de klant. Bij beëindiging van de renteswap voor het einde van de looptijd brengt de bank deze waarde – het verschil tussen de variabele en vaste rente voor de resterende looptijd van de renteswap – in rekening bij de klant, waardoor de klant wordt opgezadeld met onverwacht hoge kosten. De meeste ondernemers kunnen dit niet betalen en zitten daardoor noodgedwongen vast aan hun renteswap met alle financiële gevolgen van dien.
Zorgplicht
Een renteswap is een complex en risicovol financieel product en moet daarom op een zorgvuldige manier met de klant worden afgesloten. In dit kader rust op de bank een zorgplicht die onder meer inhoudt dat de bank vooraf naar behoren onderzoek moet doen naar de financiële mogelijkheden, de deskundigheid en doelstellingen van de klant en dat hij de klant dient te waarschuwen voor bijzondere risico’s die aan de voorgenomen of toegepaste constructie zijn verbonden, alsook voor het feit dat een door de klant voorgenomen (beleggings-)strategie niet past bij zijn financiële mogelijkheden en doelstellingen, zijn risicobereidheid of zijn deskundigheid (zie HR 3 februari 2012, BU4914). Uit een uitspraak van de Rechtbank Oost Brabant uit 2014 volgt dat de bank verplicht is om de ondernemer ‘in duidelijke en niet mis te verstane bewoordingen te informeren over de aard van de geadviseerde constructie en de daarvan deel uitmakende renteswap alsmede de daaraan verbonden risico’s’ (ECLI:NL:RBOBR:2014:1415). In de praktijk blijkt dat de bank haar klanten doorgaans niet voldoende heeft geadviseerd en gewaarschuwd, waardoor de bank niet voldaan heeft aan haar zorgplicht. Onlangs heeft eveneens de Rechtbank Oost Brabant op 22 juli 2015 de Rabobank om deze reden aansprakelijk gehouden voor 75% van de geleden schade jegens een cliënt-ondernemer (ECLI:RBOBR:2015:4429).
Heeft u een renteswap afgesloten en ondervindt u als gevolg daarvan problemen? Neem dan vrijblijvend contact op met Pieter Lettinga om te vragen naar de mogelijkheden voor het aansprakelijk stellen van de bank.